Personal tools

NRC Handelsblad 19 05 1998

From Wij vertrouwen stemcomputers niet

Voorkeur voor nr. 31

ARME BURGEMEESTER van Gramsbergen. De eerste burger van deze Overijsselse gemeente werd gisteren bij de aflossing van de wacht in de Tweede Kamer publiekelijk over de hekel gehaald door de voorzitter van de commissie van de geloofsbrieven. Doordat Gramsbergen op 6 mei had vergeten de uitslag van drie stembureaus mee te tellen, had de Tweede Kamer even een 'zwevend lid'. Ging de laatste restzetel nu naar Otto Vos (VVD) of naar Jacob Reitsma (CDA )?

Het werd de laatste en Gramsbergen kreeg een standje. Daar ging het overigens om een menselijke fout. Lastig, maar herkenbaar. Zo'n elementaire blooper heeft zelfs iets vertederends in deze tijd van geavanceerde elektronica. Ook de verkiezingen worden steeds afhankelijker van computers - en dus kwetsbaar. Het afgelopen verkiezingsseizoen geeft alle reden om daar bij stil te staan.

Diverse gemeenten, waaronder Amsterdam en Den Haag, haalden in maart bij de gemeenteraadsverkiezingen de krant met vertragingen in de computerberekeningen van de (voorlopige) uitslag. De Kamercommissie voor de geloofsbrieven gaat zich nu buigen over de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van het aantal voorkeurstemmen op de nummers 31 van diverse lijsten op de stemcomputer. Dat zou wel eens te maken kunnen hebben met de omstandigheid dat er slechts 30 namen onder elkaar op het toetsenbord kunnen, zodat nummer 31 naast nummer 1 komt te staan.

EN DAN WAREN er de televisiebeelden van patienten in een verzorgingshuis. De stemcomputer brengt de verkiezingen naar hen toe. Maar de democratische vreugde wordt vergald door een verzorgster die tegen een zichtbaar verbijsterde oude dame in een rolstoel zegt: 'Zal ik dan maar mevrouw Borst voor u intoetsen?' Met name deze laatste episode illustreert dat het ook bij elektronisch stemmen vaak de menselijke factor is en niet de computer die voor problemen zorgt. Dat doet weinig af aan de conclusie dat de ontwerpers van verkiezingssystemen stof tot nadenken hebben. Een systeem is meer dan een computer.

Dat geldt zelfs voor de wilde beschuldiging van Janmaat dat de stemmachines ten nadele van de CD zouden zijn afgestemd. Computers zijn inbraakgevoelig. Maar technisch gesproken zijn ze zeker zo goed te beveiligen als de traditionele papierwinkel. De burger kan dat echter niet zien. En hij weet wat er mis kan gaan in de moderne informatiemaatschappij: die spooktransactie aan een Franse benzinepomp, die ISDN-aansluiting die maar niet wilde klikken, het door de automaat verzwolgen giromaatpasje.

Van een transactie met zijn pinpas krijgt de moderne consument desgewenst nog tenminste een bonnetje. Zijn stem is zelfs geen printje waard. Te omslachtig, heet het. Dat miskent toch de betekenis van verkiezingen voor het draagvlak niet alleen van de democratie, maar ook van de informatiemaatschappij.

Wij