Personal tools

Rijn en Gouwe 24 01 1998

From Wij vertrouwen stemcomputers niet

'Je moet er echt met je hand naar toe'; De knop blanco: het geweten van de stemmachine

Vier jaar geleden hadden maar enkele gemeenten in het Groene Hart stemmachines, dit jaar wordt nog slechts in enkele plattelandsgemeenten schriftelijk gestemd.

De opkomst van de computer zou theoretisch tot een kleine verhoging van het aantal geldige stemmen moeten leiden, doordat het ongeldig maken van stembiljetten onmogelijk wordt. Maar in de praktijk blijkt dat in het elektronische tijdperk nog 'blanco' wordt gestemd; een ritueel dat in de lang vervlogen tijden van het verplichte stemmen is uitgevonden en nooit helemaal is verdwenen.

De meest intrigerende knop op de stemmachine is die met het opschrift Blanco. Waarom zou een stemgerechtigde burger van huis gaan om op die knop te drukken, terwijl hij ook door thuis te blijven kan uitdrukken dat hij geen van de kandidaten wenst te steunen?

Toch komen honderden kiezers op die knop drukken om hun ontevredenheid over de volksvertegenwoordiging te laten blijken. Alleen al in Gouda waren dat 140 van de 31.000 stemmers die in 1994 aan de gemeenteraadsverkiezingen deelnamen. Een woordvoerster van de gemeente noemt dat verrassend en dat is het ook; toen in 1989 nog met potloodjes werd gestemd waren bij de kamerverkiezingen 105 van de 37.000 ingeleverde stembiljetten ongeldig, bij de Europese verkiezingen 102 van de 27.000. Omdat het per ongeluk verprutsen van je stem door de komst van de stemmachine vrijwel onmogelijk is geworden, was een daling te verwachten - maar in Gouda kwamen bij de lokale verkiezingen juist meer mensen 'op niemand stemmen'; een stevig teken van onvrede.

Onwennigheid is uitgesloten. "Het is niet een knop die je per ongeluk zou raken, hoor. Je moet er echt met je hand naar toe', aldus de woordvoerster in Gouda.

In het bijna even grote Alphen was wel sprake van een daling; van 101 blanco of ongeldige papieren biljetten in 1989 naar 63 elektronische blanco's in 1994.

Een potloodstem kon op verschillende manieren aan geen enkele kandidaat ten goede komen. De kiezer kon meer dan een vakje roodmaken, namen van kandidaten of partijen omcirkelen of aanstrepen, iets op het biljet schrijven, of blanco stemmen. De dikke strepen of kruizen die soms dwars over het stembiljet werden getrokken, golden niet als blanco maar als ongeldig. Opschriften (die onvermijdelijk tot ongeldigverklaring van het biljet leidden) behelsden meestal pittig commentaar op de politiek of de samenleving.

Blanco of opzettelijk ongeldig stemmen zijn uitvindingen uit de tijd van de opkomstplicht voor de verkiezingen, die in 1970 is afgeschaft. Destijds moest iedere burger van 23 jaar en ouder komen stemmen - dus degenen die opkomstplicht hebben gekend, zijn minstens vijftig jaar oud. Het is dus niet aannemelijk dat het aantal mensen dat meent dat stemmen verplicht is, tussen 1989 en 1994 nog is toegenomen. Met andere woorden: flink wat Gouwenaars hebben de moeite genomen blanco te stemmen, terwijl ze waarschijnlijk wisten dat ze thuis mochten blijven.

Voor de wet maakte het niet uit of een stembiljet blanco of ongeldig gemaakt was; na de kamerverkiezingen van 1986 verdween het onderscheid daarom uit de statistieken van het CBS. In dat jaar was 0,1 procent van de stemmen in Nederland blanco en 0,2 procent ongeldig, in '89 was 0,3 procent 'blanco of ongeldig' en in 1994 was er een stijging naar 0,5 procent. Gouda sprong er in '94 dus niet echt uit met 0,45 procent elektronische blanco's.

In de tijd van de opkomstplicht waren de percentages veel hoger; in de jaren '30 schommelde het totaal van de blanco en ongeldige stemmen rond de vier procent.

In plattelandsgemeenten werd lang geleden een beetje 'geldiger' gestemd dan in de steden, maar de laatste jaren is het verschil niet noemenswaard. Het CBS becijferde het percentage blanco en ongeldig bij de kamerverkiezingen van 1967 op 2,2 in de plattelandsgemeenten, 3,2 in de middelgrote steden en 3,0 in de grote steden. Na de afschaffing van de opkomstplicht werd het verschil snel kleiner en in 1986 was het verdwenen; in de stad en op het platteland 0,3 procent ongeldig.

Het is een misverstand dat blanco stemmen invloed heeft op de verkiezingsuitslag. Dat een blanco stem meetelt bij het berekenen van de kiesdeler en de kiesdrempel en 'dus' de grote partijen bevoordeelt, klopt niet. Bij de berekening van het verkiezingsresultaat wordt alleen gekeken naar de geldig uitgebrachte stemmen. Hooguit kun je zeggen dat een lager aantal geldige stemmen de kiesdeler (de stemmen gedeeld door de beschikbare zetels) verlaagt en dat dus het totaal van de thuisblijvers en de blanco-stemmers enige invloed heeft op het verkiezingsresultaat.

Blanco stemmen wordt door politici opgevat als een signaal van onvrede. Waarschijnlijk was vroeger ook menig verkeerd ingevuld stembiljet als zo'n signaal bedoeld. Maar de commentaren waarmee sommige burgers hun biljetten ongeldig maakten, zijn nooit rechtsreeks onder de aandacht van de politieke organen gebracht. Zelfs het kalken van grove beledigingen op het biljet kwam niet in het proces-verbaal van het stembureau. De geldige en ongeldige stembiljetten verdwenen in verzegelde pakken die alleen open gingen als bij een betwiste uitslag tot hertelling werd besloten. Al na korte tijd, na het feitelijk zitting nemen van de gekozenen, werden de pakken vernietigd - tenzij ze werden vergeten.

Het opkomstpercentage is ook altijd beschouwd als een signaal naar de politiek. Maar bij de overgang van papieren naar elektronische verkiezingen kan meer aan de hand zijn. de gemeenten hebben namelijk de neiging, het aantal stembureaus te verminderen als er geautomatiseerd wordt. Dat scheelt in de kosten, maar het kan ook de bereikbaarheid van het stembureau en daarmee de opkomst beinvloeden. Woerden bijvoorbeeld vermindert ondanks de stadsuitbreiding het aantal stemlokalen van 24 naar 19. Een woordvoerder zegt dat het daarbij gaat om 'het vinden van het juiste midden'. De dorpen Zegveld, Kamerik en Kanis krijgen stemmachines, het Woerdense deel van de Meije niet - maar daar was bij vorige verkiezingen ook geen stembureau. In het Bodegraafse deel van die buurtschap, waar 323 stemgerechtigden wonen, komt (pas na aandringen van de gemeenteraad) wel een stemmachine.

Een stembureau automatiseren is overigens niet duur; een investering van 7.000 gulden per machine die vele verkiezingen meegaat. "Op de totale kosten van de democratie is dat peanuts', vindt de woordvoerder in Woerden.

Wij