Personal tools

Verslag Internetstemmen 2004

From Wij vertrouwen stemcomputers niet

Jump to: navigation, search

Contents

Internetstemmen in 2004, een naar bijsmaakje

[edit] Inleiding

In 2004 is er in Nederland een experiment gedaan met stemmen via internet voor mensen die in het buitenland vertoeven. Alle rapporten en evaluaties over dit experiment zijn uitgevoerd onder controle van de Staat. Het experiment werd een succes genoemd.

Ik heb dit experiment vanaf het begin nauwkeurig gevolgd en hoe het uiteindelijk is uitgevoerd heeft bij mij toch een naar bijsmaakje gegeven.

Maar laat ik eerst iedereen geruststellen. Er is geen enkele aanwijzing dat er op één of andere manier fraude is gepleegd. Dat is ook niet moeilijk te voorkomen bij de eerste keer. Dan is iedereen enthousiast, de techniek wordt door de goede en creatieve mensen in elkaar gezet en iedereen let nog goed op. De vraag is of er een systeem plus organisatie neergezet kan worden die over langere periode (zeg 50 jaar) de veiligheid kan garanderen. Dus ook als de mensen van het eerste uur er niet meer zijn en als er bezuinigd gaat worden op de kosten. Verder moet het systeem robuust zijn en moet men er vertrouwen in hebben. Neem bijvoorbeeld het moment dat Pim Fortuyn doodgeschoten was en dat de ministers bevend een persconferentie gaven. Op zo'n moment moet er een rotsvast vertrouwen zijn in de manier waarop wij stemmen. Ook een incident, dat uiteindelijk geen fraude blijkt, mag niet tot wantrouwen bij het publiek leiden in zo'n situatie.

Soms vraagt men zich weleens af, waarom stemmen via het internet technisch zo moeilijk is. We doen immers onze bankzaken online, we hebben mobiele telefoons met de meest ingewikkelde features en we hebben een navigatiesysteem in onze auto. Dan kan stemmen via het internet, wat uiteindelijk niet meer is dan een optelsommetje, toch niet zo moeilijk zijn.

Het probleem is dat aan het stemmen via computers twee eisen worden gesteld:

  • De stem moet geheim blijven.
  • Het stemmen moet controleerbaar en transparant zijn.

Kern van het probleem is, dat deze twee eisen elkaar in de weg lopen. Als op het ene punt verbeterd wordt, dan zal dat al gauw een verslechtering voor het andere punt betekenen en vice versa. Laten we één van de eisen vallen, dan is het opeens iets wat eenvoudig gerealiseerd kan worden, niet meer dan standaard programmeer- en beveiligingswerk.

Dezelfde tegenstelling doet zich overigens ook voor bij stemcomputers in het stemlokaal, maar bij stemmen via het internet is het allemaal nog lastiger, omdat de webserver in principe overal op de wereld kan staan.

[edit] Externe en interne veiligheid

Al vorens in te gaan op het experiment in 2004, moet ik eerst iets uitleggen over externe en interne veiligheid.

Bij een beveiliging van een systeem of organisatie kun je kijken naar bedreigingen van buitenaf. Dit is de externe veiligheid. Echter, je kunt ook kijken naar bedreigingen waarbij personen van de organisatie betrokken zijn. Dit is de interne veiligheid.

Nemen we bijvoorbeeld een bank. Dan is een overval een externe bedreiging. Het meenemen van geld uit de kluis door een bankmedewerker, is een interne bedreiging. Met computers kan eenzelfde onderscheid gemaakt worden.

De interne veiligheid kan gemakkelijk gebagatelliseerd worden. Dit is geheel onterecht. Het algemene beeld bij experts is, dat bij banken de interne fraude hoger is dan de externe fraude. Een precies beeld is moeilijk te krijgen, omdat de banken de vuile was niet buiten hangen. Maar sommige schattingen gaan uit van 80% intern en 20% extern.

De banken nemen dan ook vele maatregelen hier tegen. Voor belangrijke handelingen zijn twee personen nodig, die dan niet van dezelfde afdeling mogen zijn. Voor handelingen waarbij het om echt veel geld gaat, zijn dan 3 of meer personen nodig.

Ook bij verkiezingen kan naar interne en externe fraude worden gekeken. Als dan naar het verleden wordt gekeken en naar fraude wereldwijd, dan moet worden geconstateerd dat vrijwel alle fraude intern is. Zeker bij grootschalige fraude, dan wordt deze altijd door de zittende macht van binnenuit georganiseerd. Ook bij kleinschalige fraude zijn vaak leden van het stembureau betrokken (bijvoorbeeld omgekocht) en moet deze fraude als intern worden bestempeld. Sowieso, is externe fraude bij verkiezingen met stembiljetten zeer moeilijk te verwezenlijken.

[edit] Het Definitie rapport Kiezen op Afstand

Met dit in het achterhoofd kan gekeken worden wat het Ministerie van Binnenlandse Zaken gedaan heeft om interne fraude bij het internetstemmenexperiment tegen te gaan. Daarbij moet worden opgemerkt dat interne fraude bij het experiment in zijn geheel niet te verwachten is. Zoals al eerder gezegd, men is nog enthousiast, de beste mensen zitten er op en iedereen kijkt er naar. Maar één keer zoiets organiseren is niet moeilijk, het gaat erom of iets neer gezet kan worden waar we vertrouwen in blijven kunnen houden.

In 2000 heeft het Ministerie het Image:Pdf_icon.png Definitierapport Kiezen op Afstand laten maken. Dit rapport is zwaar teleurstellend. Het rapport maakt geen onderscheid tussen interne en externe bedreigingen, met als gevolg dat uitsluitend naar externe bedreigingen wordt gekeken.

Qua externe bedreiging is terecht een DDOS (Distributed Denial Of Service) aanval als grootste risico aangemerkt. Bij zo'n aanval wordt de webserver gebombardeerd met netwerk verkeer vanaf een groep gehackte computers. Op deze manier worden het stemmen verstoord, maar niet vervalst. Dit zal dus niet onopgemerkt blijven (integendeel).

Persoonlijk vind ik deze bedreiging weinig interessant. Natuurlijk, er moet rekening mee worden gehouden, maar de schade is uiteindelijk beperkt. De stemming moet misschien over gedaan worden, maar de eerlijke uitslag wordt er niet mee bedreigd. Allemaal vervelend, maar daarvoor spendeer ik niet mijn vrije tijd voor schrijven van dit artikel. Het is een kwestie waar het Ministerie rekening mee moet houden en als zo’n DDOS aanval er komt, dan lees ik met genoegen de artikelen in de krant.

Waar ik mij wel zorgen over maak, is fraude waarbij de stemming vervalst wordt en dat die niet wordt opgemerkt. De kans dat dat zal gebeuren is zeer klein en veel onwaarschijnlijker dan een DDOS aanval. Ik ben echt niet paranoïde dat ambtenaren nu meteen de webserver voor de verkiezingen zitten te hacken, maar het punt dat ik wil maken is dat bij een DDOS aanval er schade is aan de verkiezingen, bij een onopgemerkte en ongecorrigeerde vervalsing, is er schade aan de democratie. De democratische beginselen zijn grondrechten en mensenrechten. Verder zal een verlies daarvan leiden tot andere mensenrechten schendingen. Dus de schade van een vervalsing is zeer ernstig en vele malen groter dan de schade van een DDOS aanval.

Er kan natuurlijk getwist worden over hoe groot die kans nu is en of die kans echt wel reëel is, maar in een rapport dat er over gaat, moet dat in ieder geval wel gemeld worden. Het feit dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen interne en externe bedreigingen en dat interne bedreigingen in het Definitierapport niet worden genoemd, komt op mij als zeer amateuristisch over. Het Definitierapport zou daarom naar mijn mening naar de prullenmand moeten worden verwezen.

Pas veel later in het traject van de ontwikkeling van Kiezen op Afstand heeft men iets van interne bedreigingen onderkend. Maar het zou dus bij het begin van het project dus al goed fout.

Overigens dient opgemerkt te worden dat ook een onderscheid tussen grootschalige en kleinschalige fraude kan worden gemaakt. Bij het gebruik van computers is het risico op kleinschalige fraude, door de technische barrière, kleiner, terwijl, door de centralisatie, het risico op grootschalige fraude is toegenomen.

[edit] De wetgeving

Eind 2003 heb ik de wetgeving rond het internetstemmen gelezen. Deze is vastgelegd in de “Experimentenwet Kiezen op Afstand”. Dit is een tijdelijk wet die afloopt op 1 januari 2008. De wet regelt twee dingen:

  • Het stemmen via internet of telefoon.
  • Het stemmen in een stemlokaal naar keuze.

Het stemmen via internet of telefoon is beperkt tot mensen die in het buitenland vertoeven die anders via brief zouden kunnen stemmen.

De wet is verder heel simpel. Het geeft in feite de overheid volledige vrijheid in het experiment. Dit moet dan wel vastgelegd worden in een Koninklijkbesluit (een besluit genomen door de regering, maar waar de Tweede Kamer niet over hoeft te stemmen). Op zich is dat aanvaardbaar, omdat het hier om een experiment gaat met beperkte tijdsduur en beperkte doelgroep.

In de wet staan echter wel een aantal garanties. Zo wordt expliciet vermeld dat niet van artikel J35 en J39 van de Kieswet mag worden afgeweken. Artikel J35 bepaald dat kiezers tijdens de stemming in het stemlokaal mogen vertoeven en dat ze het recht hebben om iets in het procesverbaal te laten opnemen. Artikel J39 bepaalt dat buitenlandse waarnemers in het stemlokaal mogen vertoeven.

Met kiezers (hoewel niet expliciet gedefinieerd) wordt bedoeld de kiesgerechtigden voor de betreffende verkiezing. Het hoeven dus niet persé kiezers die oproepkaart hadden voor dat stembureau. Omdat het hier Europese verkiezingen betrof, zou kunnen worden geconcludeerd dat betreffende dit soort rechten, alle Europese kiesgerechtigden wordt bedoeld.

Enigszins verheugd dat J35 en J39 overeind bleven, liet ik de kwestie voorlopig even liggen.

[edit] De risicoanalyse en het experimentenbesluit

In de loop naar de verkiezingen ging ik me er weer in verdiepen. Op de site van de Tweede Kamer vond ik een brief van het Ministerie die ook een Image:Pdf_icon.png risicoanalyse bevat.

Eindelijk! In deze analyse wordt ook interne fraude als een risico gezien. De fout die men bij het Definitierapport had gemaakt, wordt dus vlak voor het experiment begint, toch nog enigszins rechtgezet.

Als de risicoanalyse echter nader wordt bekeken, dan valt op dat de risico's en correctieve maatregelen worden genoemd. Er wordt echter niet vermeld, welke maatregelen daadwerkelijk genomen werden.

Verder las ik het Experimentenbesluit Kiezen op Afstand, wat de nadere uitwerking is van de Experimentenwet. Dit besluit was mij in eerste instantie niet helemaal duidelijk. En dan met name de waarneming door de kiezers.

Er blijkt nu dat we drie dingen hebben. Het stembureau (wat een aantal bevoegde mensen zijn), het stemlokaal (de ruimte waar normaal gesproken een stemming plaatsvindt) en de stemdienst. De stemdienst bestaat de technici die de uiteindelijke computers bedienen. Over die technici wordt in artikel 37 het volgende geschreven:

Onze Minister wijst personen aan die tot taak hebben in
opdracht van het stembureau de voorziening te bedienen,
dan wel in opdracht van Onze Minister handelingen te
verrichten aan de voorziening.

Wat? De Minister mag buiten het stembureau om, de technici instructies geven? Zonder dat daar het stembureau notitie van maakt in het procesverbaal? Ook in een bank, mag de bankdirecteur niet zomaar alle regeltjes bypassen. Dit is een totale onzin regel. Het is ook juridisch dubieus, omdat in de Kieswet de uitvoering van het stemmen bij de stembureaus legt. Het Ministerie heeft geen uitvoerende bevoegdheden. Een zodanige afwijking van dit principe, had in de Experimentenwet bepaald moeten worden en niet in het Experimentenbesluit. Verder is er op dit punt jurisprudentie te vinden dat dit in strijd is met internationale verdragen.

Afgezien daarvan, is ernstiger dat de ambtenaren die dit op hebben geschreven niet begrijpen waar dit experiment over gaat. Kunnen we een systeem en organisatie neerzetten voor het internetstemmen die klopt? Het moge duidelijk zijn, dat een totale bypass van de Minister daar niet bij hoort.

Over de situatie van de waarneming van de kiezers en de risicoanalyse vroeg ik opheldering bij het Ministerie. Tevens had ik het idee gekregen om de verkiezingen daadwerkelijk te gaan waarnemen door studenten te betalen om de stembureauleden te waarnemen. Hier had ik contact opgenomen met Peter Knoppers. Een medewerker van de TU Delft die het ook niet zo op internetstemmen heeft.

[edit] De truuk

Vlak voor de start van het internetstemmen, kreeg ik antwoord van het Ministerie. Het Ministerie legde uit dat er bij internetstemmen geen sprake is van een stemlokaal en dat daarom alle bepalingen ten aanzien van het stemlokaal niet van toepassing zijn. Dat de artikelen expliciet in de Experimentenwet expliciet in stand werden gehouden, was vanwege het andere experiment (stemmen in een stemlokaal naar keuze) dat ook in de wet genoemd werd.

Ik voelde me natuurlijk genomen, want ik kon in zijn geheel niets waarnemen en ik moest mijn studentenactie afblazen. De vraag die ik had, heeft het Ministerie hier nu doelbewust een truuk uitgevoerd of was dit gewoon een slordigheid in de regelgeving?

Ten eerste moet opgemerkt worden dat bij briefstemmen, er wel sprake is van een stemlokaal. Deze situatie is vergelijkbaar met internetstemmen, omdat er wel een stembureau is, er ook materiaal is die met stemmen te maken heeft, maar geen kiezers.

Verder is het zo dat de wet en het besluit nergens het stemlokaal expliciet niet van toepassing verklaren. Dit had 1 zin gekund. Ik vergelijk dat met artikel J32 van de Kieswet, waarbij met stemmen via een stemcomputer de bepalingen ten aanzien van stembiljetten expliciet buiten werking worden gesteld.

Verder artikel 35.1 van het Experimentenbesluit:

Onverminderd hetgeen bij of krachtens artikel J 39 van
de Kieswet is bepaald met betrekking tot waarnemers bij
verkiezingen, en hetgeen in artikel 37 is bepaald met
betrekking tot personen die tot taak hebben de
voorziening te bedienen, kan Onze Minister één of meer
deskundigen aanwijzen, aan wie gedurende de stemming en
de stemopneming toegang wordt verleend tot de ruimten
waar de voorziening zich bevindt.

Het Ministerie zet dus eerst alle pottenkijkers buiten de deur en stelt vervolgens zijn eigen waarnemers aan. Ik had dit ook al in mijn brief opgemerkt, maar ik mocht deze personen beslist geen “waarnemer” noemen volgens het antwoord van het Ministerie.

Verder wordt in dit artikel verwezen naar artikel J39 van de Kieswet. J39 bepaalt dat internationale waarnemers aanwezig mogen zijn in het stemlokaal. Aangezien er geen stemlokaal is, is artikel J39 volgens de interpretatie van het Ministerie niet van toepassing. Er wordt dus hier expliciet gezegd dat er geen afbreuk wordt gedaan aan artikel J39 (overbodig, omdat dit volgens de wet toch al niet mocht) en vervolgens blijkt artikel J39 niet van toepassing te zijn. Is dit een juridische knoeiboel of is hier sprake van opzettelijke misleiding? Een knoeiboel is het zeker, maar ik kan bijna niet anders concluderen dat het Ministerie hier ook aan het truken is.

Het feit dat internationale waarnemers geen enkele mogelijkheid tot waarnemen hadden (ook niet bij de stemopneming, waar de kiezers nog wel aanwezig mochten zijn), is in strijd met richtlijnen van de OVSE. Maar het Ministerie is natuurlijk zo arrogant dat dat soort dingen eigenlijk voor Nederland niet bedoeld zijn.

Ik heb vervolgens nog geprobeerd toch toegang te krijgen door contact op te nemen met het Hoofdstembureau (de gemeente Den Haag) en het Centraalstembureau (de Kiesraad). Hoewel het Ministerie ten aanzien van het internetstemmen stevig de touwtjes in handen heeft, heet het Ministerie uiteindelijk, ironisch genoeg, bij de uitvoering nauwelijks bevoegdheden.

De gemeente Den Haag had het erg druk met de verkiezingen, maar een medewerkster van de afdeling burgerzaken heeft mij na de verkiezingen nog opgebeld. Zij vond dat ik wel degelijk recht had om de stembureauleden waar te nemen, vergelijkbaar bij het briefstemmen dat door Den Haag geregeld wordt. Of het Hoofdstembureau de bevoegdheid heeft om het stembureau in het Ministerie aan te sturen, wilde ze niet ontkennen of bevestigen.

Het Centraalstembureau achtte zich niet bevoegd, maar ondanks deze onbevoegdheid, was het wel van mening dat er inderdaad geen sprake was van een stemlokaal.

De hiërarchie van het Centraalstembureau, Hoofdstembureau en de gewone stembureaus is niet duidelijk uit de Kieswet te halen. Vroeger was het zo, dat de stembureaus redelijk onafhankelijk waren. Een beroep aan te tekenen, was dan tegen een beslissing van het betreffende stembureau. Omdat dit nogal vertragend kan werken, is de ontwikkeling dat alleen beroep aangetekend kan worden, tegen een beslissing van het Centraalstembureau, waarbij dus de hiërarchie van stembureaus een feit is. Dit is ook overeenkomstig de internationale richtlijnen. Uit de Wet raadplegend referendum Europese Grondwet artikel 20 en 21 (die niet meer geldig is), blijkt dit impliciet. Vanwege deze impliciete hint, kan men van deze hiërarchie uitgaan.

Ik heb nog gekeken of ik doormiddel van een kort geding toegang kon krijgen. Maar het is moeilijk om een advocaat te vinden die op zo'n korte termijn zich daar aan wil wagen. Ik werd bovendien verkouden en had een deadline op m'n werk te halen. Mogelijk stuur ik dit geval nog door naar de Nationale Ombudsman. Vanwege wat trage afhandeling van brieven, ben ik nog steeds binnen de termijn.

Tenslotte meldde het Ministerie ook dat ten aanzien de risicoanalyse niet concreet is gekeken welke maatregelen daadwerkelijk genomen zou kunnen worden. Ook een mooi voorbeeld dat alles papier er goed uit ziet, maar als het puntje bij paaltje komt, dan wordt net even niet doorgezet om de maatregelen ook daadwerkelijk te nemen.

[edit] Op een afstand

Als geheel nu op afstand wordt bekeken, krijg ik toch een nare bijsmaak in mijn mond over het gedrag van het Ministerie. Er begint een een patroon zichtbaar te worden, dat de officiële manieren van waarnemen en controle gereduceerd zijn tot ceremoniële bezigheden, terwijl de waarnemingen en controle die er toedoen worden uitgevoerd door anonieme doeners aangesteld door het Ministerie.

De mensen van het stembureau hebben geen verstand van de techniek en mogen een paar knoppen drukken. De buitenlandse waarnemers zijn helemaal buiten de deur gehouden. De burgers mogen alleen bij de ceremonie van de print-out zijn. Het Ministerie stelt zijn eigen waarnemers aan en de mensen van de techniek blijven buiten de regelgeving.

Het is een truuk om alles onder controle te krijgen. De officiële personen hebben wel de positie, maar niet de kennis om kritiek te geven en de doeners wel de kennis, maar niet de positie. Putin doet een vergelijkbare politiek in Rusland.

Ik moet dan ook concluderen dat deze regelgeving werkelijk niets garandeert. Het beschrijft hoe de dingen lopen, maar men had deze regels net zo goed niet kunnen opschrijven. De garanties van de Kieswet worden alleen maar afgebroken.

[edit] Artikel 59 van de Grondwet

Mogelijk hebben we nog een redding van artikel 59 van de Grondwet. Dit artikel bepaald namelijk dat alles wat het kiesrecht en de verkiezingen betreft, bij de wet geregeld wordt.

Concreet betekent dit, dat de overheid verboden is om iets met verkiezingen te doen als er geen wettelijk kader voor is. Dit betreft dan alleen het officiële gedeelte van de verkiezingen, promotie van de democratie en dergelijke valt daarbuiten.

De wet mag dit weer delegeren naar lagere regelgeving (zoals een Koninklijkbesluit, wat een besluit van de regering is). Letterlijke interpretatie laat toe dat de wet bijvoorbeeld alles meteen mag delegeren naar een besluit van de Minister, maar een rechter zal dat waarschijnlijk niet appreciëren.

Toetsing aan de Grondwet is in Nederland niet mogelijk, maar het verplichte wettelijke kader is ook in internationale jurisprudentie in voldoende mate terug te vinden. En toetsing aan een internationaal verdrag is wel mogelijk.

De ontwikkeling van het reduceren van de officiële taken tot ceremonie, terwijl de taken waar het om gaat geen wettelijk kader hebben, kan in strijd worden gezien met dit artikel. Het zelfde doet zich voor bij stemcomputers, waarbij het verkiezingsproces steeds meer wordt geprivatiseerd.

Meer concreet in strijd met dit artikel is de helpdesk die het Ministerie had ingesteld. Kiezers met computerproblemen konden deze helpdesk bellen. Deze helpdesk is onderdeel van het officiële gedeelte van de stemming, maar heeft geen wettelijk kader. Deze helpdesk was daarom naar mijn mening illegaal.

Ook was in het NRC Handelsblad te lezen dat de AIVD iets heeft gedaan. De AIVD is de minst transparante organisatie binnen de Staat. Deze hebben we misschien nodig voor het bestrijden van terroristen, maar bij verkiezingen moet toch juist transparantie het devies zijn. De AIVD is daarom een zeer ongewenst element bij verkiezingen. Uit algemene bepalingen van de AIVD was de inzet juridisch niet bezwaarlijk. Echter, vanwege het specifieke karakter van artikel 59 (en specifieke regelgeving gaat juridisch gezien boven algemene regelgeving) ten aanzien van verkiezingen, kan een apart wettelijk kader als noodzakelijk worden gezien.

Het Expirementenbesluit regelde een aantal dingen met terugwerkende kracht. Het ging daarbij om het versturen van brieven naar de kiezers in het buitenland. Gezien artikel 59 is het twijfelachtig of het Ministerie deze activiteit mocht starten zonder dat het wettelijk kader op orde was.

[edit] De verbeteringen

Om de beveiliging van het internetstemmen op te krikken, moet ten eerste de knop bij het Ministerie om. Het moet zichzelf kwetsbaar maken voor kritiek.

Het stemmen via internet betekent onvermijdelijk een verlies van transparantie. Laten we dat erkennen. Dit moeten we compenseren (en niet andere garanties ook afbreken) door het scheiden van functies en zorgvuldiger aanstellen van personen.

De ontwikkeling van het tot ceremonie maken van de officiële taken, moet gestopt worden. Daarbij moet begonnen worden bij de Kiesraad. In de Kiesraad moeten minimaal 2 personen komen met kennis van computerbeveiliging. Het is niet acceptabel dat de Kiesraad met geen enkel zinnige opmerking is gekomen over de computerbeveiliging. Dat terwijl het stemmen tegenwoordig voor 95% met computers gaat. Ik verwacht degelijk kritiek, de Koningin is ceremonie, lid zijn van de Kiesraad niet. Voorkomen moet worden dat het Ministerie de daadwerkelijke adviezen door eigen bureautjes laat doen en enkel naar buiten brengt als dat politiek goed uitkomt.

Ten tweede is scheiding tussen ontwikkeling en uitvoering gewenst (en ook een richtlijn van een werkgroep van de Raad van Europa). Het is daarom aan te raden, om de uitvoering geheel bij de gemeente van Den Haag te leggen. Dit houdt het Ministerie een spiegel voor. Als het Ministerie het niet aan durft om dit aan de gemeente over te dragen, dan zeg ik als burger, dat we het maar beter in zijn geheel niet kunnen doen.

Tenslotte moet ten aanzien van de beveiliging een actief beleid komen. Wettelijk moet vastgelegd worden, dat de computerveiligheid elke 5 jaar door een onafhankelijk bureau onderzocht dient te worden. Zo bestond bij het schrijven van het initiële Definitierapport, het risico van ‘phising’ nog niet. Met een web van 15 jaar oud en elke 5 jaar een onderzoek, zou dat 3 onderzoeken betekenen. Dat is redelijk.

[edit] Conclusies

Als het internetstemmen beperkt blijft tot de kiezers in het buitenland, is het risico maar zeer beperkt. Het is te onaantrekkelijk om dan fraude te plegen. Het experiment is dan een basis om een definitieve manier van deze manier van stemmen te introduceren. Mits de juridische knoeiboel wordt opgeruimd, een aantal gesuggereerde wijzigingen worden doorgevoerd, het Ministerie interne beveiliging serieus neemt en stopt met het wegmoffelen van risico’s.

Voor het landelijk invoeren van internetstemmen, geeft dit experiment geen enkele indicatie hoe dat georganiseerd zou moeten worden. Het gedrag van het Ministerie geeft een naar bijsmaakje. Het Ministerie heeft doelbewust enige vorm van onafhankelijk waarneming uitgeschakeld, interne veiligheidsbedreigingen genegeerd, op papier getracht dingen mooi te maken en heeft alles ferm onder controle van het Ministerie gebracht.

Ironisch genoeg, diskwalificeert het Ministerie zich met dit gedrag om zelf enige uitvoering van de verkiezingen te doen. Het enige wat het Ministerie zou mogen doen, is het vaststellen van een formuliertjes, zoals het altijd al was.

[edit] Lucas Kruijswijk

Afgestudeerd in 1992 aan de Vrije Universiteit van Amsterdam met onder andere cryptografie. Werkzaam voor Philips en ASML. In 2000 winnaar van de extra prijs van de wetenschapsquiz 1999. In 2000 Nederlandskampioen programmeren in de categorie bedrijventeams met een team van ASML. Bedenker van het spel SHODKA (nog geen succes).