Personal tools

Volkskrant 06 05 1998

From Wij vertrouwen stemcomputers niet

Whizzkids maken geen kans bij stemcomputer

In de meeste gemeenten brengen de kiezers vandaag hun stem uit per computer. Of liever gezegd: per stemmachine. Het voordeel is duidelijk: tijdrovend handmatig tellen wordt overbodig. Maar er blijft twijfel.

Van onze verslaggever

Mark van Driel

AMSTERDAM/GROENLO

De stemcomputer roept discussie op. Bij een kleine technische hapering of een onwelgevallige verkiezingsuitslag klinkt al snel gemor: is de elektronische apparatuur die vandaag in 80 procent van de stemlokalen wordt gebruikt, wel te vertrouwen?

Een zotte vraag? De wetgever vindt van niet. De Nederlandse Kieswet lijkt gemaakt voor de wantrouwende burger. Iedere stemgerechtigde heeft de mogelijkheid om de verkiezingen op zijn verloop te controleren; door een dag als vrijwilliger bij een stembureau te werken, of door het tellen van de stemmen bij te wonen.

Ongeveer vijftienduizend burgers maken van die eerste mogelijkheid gebruik. Na een korte instructie bemannen ze op verkiezingsdag een stembureau. Ze controleren de oproepkaarten, reiken de stembiljetten uit en tellen aan het eind van de dag de ongeveer tweeduizend stemmen die elk stemlokaal ontvangt.

De vrijwilligers - ze krijgen een dagvergoeding van honderd tot tweehonderd gulden - worden tevoren niet gescreend. Aanhangers van extreem-rechts, linkse fanatici of burgers met een strafblad kunnen voor de functie in aanmerking komen.

De gemeenten redeneren dat de vrijwilligers elkaar controleren. In elk stembureau zijn ten minste drie personen aanwezig.

De stemcomputer heeft de rol van de vrijwilligers veranderd. Ze zien nog steeds toe op een ordelijk verloop van de verkiezingsdag, maar het moment supreme is hun ontnomen: de computer telt de stemmen. Of het apparaat die taak correct volbrengt, onttrekt zich aan de waarneming van de vrijwilligers.

De controlerende en controleerbare rol van duizenden burgers is met de komst van de stemcomputers grotendeels verdwenen. Dat onderzoeksinstituten als TNO de apparaten keuren, stelt niet iedereen gerust.

Na de gemeenteraadsverkiezingen schreeuwde Tweede-Kamerlid H. Janmaat dat de desastreuze nederlaag van de CD aan fraude te wijten was.

Computerstoringen in steden als Den Haag en Nijmegen gaven de aanhangers van complottheorieen extra munitie. Als een whizzkid de computercodes van het Amerikaanse Pentagon kan kraken, waarom zou een Nederlandse slimmerik de stemuitslag dan niet kunnen beinvloeden?

In Groenlo, aan de directietafel van fabrikant Nedap, zucht directeur A. Westendorp diep. 'Het woord computer roept geheimzinnigheid op. Daarom spreek ik liever van stemmachines. Er zitten chips in onze apparatuur, meer niet. Ze zijn nog het best te vergelijken met een wasautomaat.'

Zijn bedrijf is de afgelopen decennia uitgegroeid tot het grootste van de drie leveranciers van stemcomputers. In Nederland zijn 325 gemeenten in het bezit van Nedap-apparatuur; de export naar Frankrijk en Duitsland begint op gang te komen. En toch blijft er twijfel aan de betrouwbaarheid.

Stemcomputers zijn niet te vergelijken met de computers van het Pentagon, zegt Westendorp. Er is geen sprake van een omvangrijk netwerk waar werknemers of inbrekers toegang toe hebben. Elk apparaat staat op zichzelf.

De stembureaumedewerkers worden geacht het opvouwbare apparaat ter grootte van een bureaublad te controleren voor aanvang van de verkiezingen.

Door proefstemmen uit te brengen kunnen ze nagaan of er ondanks de TNO-controle niet is gerommeld. Een druk op bijvoorbeeld de knop 'H. Janmaat' moet op het uitslagenstrookje ook een stem op het CD-Kamerlid te zien geven.

Bij de opening van de stemlokalen zet de dagvoorzitter de teller op nul. Aan het eind van de dag controleert hij of het aantal verzamelde oproepkaarten overeenkomt met het aantal uitgebrachte stemmen. Apparaten die onverhoopt uitvallen, worden door de speciale verkiezingswachten van Nedap ('binnen twintig minuten staat er een nieuwe') vervangen. Volgens het bedrijf uit Groenlo is er nog nooit een stem verloren gegaan.

Om acht uur 's avonds, na sluiting van de stemlokalen, heeft de dagvoorzitter de uitslag binnen een halve minuut in handen. De geautomatiseerde telling is sneller, en volgens veel betrokken ook zorgvuldiger dan de handmatige. Discussies over slordig ingevulde stembiljetten zijn verleden tijd.

De uitslag van elk stemlokaal wordt in een proces-verbaal verwerkt, waarna de gegevens in een centrale computer in het stadhuis worden opgenomen. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in Den Haag en Nijmegen ontstond op dat moment vertraging. Het gemeentelijke computernetwerk kreeg meer informatie dan het verwerken kon, waardoor het op tilt sloeg.

Die problemen - of de grappen die een whizzkid op zo'n netwerk zou kunnen uithalen - beinvloeden alleen de verkiezingsuitslag die op televisie te zien is. De officiele uitslag wordt altijd pas twee dagen na de verkiezingen vastgesteld; niet via de netwerken in de gemeentehuizen, maar op basis van de processen-verbaal van de afzonderlijke stembureaus.

Kunnen de Nederlanders dus met een gerust hart gaan stemmen? De Kiesraad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vinden van wel. De democratie ondervindt geen schade van de stemcomputer, vinden ze. Sterker nog: de gemeenten besparen loonkosten - en dus belastinggeld - door met de apparatuur te werken.

Ook Nedap-directeur Westendorp is overtuigd van een eerlijk verloop. Maar wat doet hij als een Afrikaanse regeringsleider aan de vooravond van 'democratische' verkiezingen duizenden stemcomputers wil afnemen, op voorwaarde dat een stem op de oppositie automatisch wordt omgezet in een stem op de regeringspartij? Technisch is dat mogelijk. Westendorp: 'Ik zeg dan: 'U kunt het schudden'.'

Wij