Personal tools

Wob-1-6

From Wij vertrouwen stemcomputers niet

Date: Tue, 27 Jun 2006 11:38:23 +0200
From: Rop Gonggrijp <rop -at~ gonggri.jp>
To: Driel, Diana van <Diana.Driel -at~ minbzk.nl>
Subject: Re: wob verzoek stemmachines

Geachte mevrouw Van Driel,

In mijn vorig schrijven heb ik gevraagd om binnen vier dagen te
antwoorden. Dat is gelukt, waarvoor dank. Helaas moet ik echter
constateren dat uw reaktie geen antwoord op mijn vraag bevat. En voor
het overige vind ik de informatie die u in uw brief wel versterkt
enigzins verontrustend.

In uw mail van 26 juni spreekt u van derden die u aan het consulteren
bent, in dit geval concreet TNO en de fabrikanten van stemmachines. U
verwijst daarbij naar de algemene wet bestuursrecht. In het kader van
die wet en de Wob hebben derden inderdaad een positie, maar in de vorm
van de mogelijkheid van bezwaar nadat een primaire beslissing genomen
is. Dit is ook logisch, om redenen van zuiverheid van bestuur. Op deze
wijze wordt nameljk duidelijk wat de mening van het bestuur is, in casu
de beslissing, en wat de mening van de derde, in casu het bezwaar. Door
de weg die u nu bewandelt is het gevaar groot dat mij het zicht op deze
onderscheidelijke posities ontnomen wordt doordat de bezwaren van derden
al onherleidbaar in de beslissing zullen zijn verwerkt. Ik meen in het
kader van het bestuursrecht recht te hebben op de mening van het
bestuur, zonder bias van derden. Vooruitlopend op uw aanstaande
beslissing kan ik u nu reeds mededelen dat deze onzuivere constructie in
mijn ogen op zichzelf een zelfstandige grond voor bezwaar kan vormen.

Naast dit inhoudelijk bezwaar lijkt uw formulering ook gebruikt te
worden als onderbouwing voor verdere vertraging. Ik stel vast dat u in
uw e-mail van 26 juni nog steeds geen termijn noemt waarbinnen ik een
beslissing kan verwachten. Dit ondanks het feit dat de wettelijke
maximumumtermijn van 28 dagen nu ruimschoots is verstreken en ik in mijn
vorig schrijven slechts heb gevraagd of ik een beslissing/verstrekking
kan verwachten voor 24 juli. Dit klemt te meer daar ik meen uit uw
schrijven te kunnen opmaken dat u de delen van mijn verzoek die
doorgeleid moeten worden nog niet heeft doorgeleid, en dat u zelfs ten
dele nog niet lijkt te weten waarheen deze delen doorgeleid moeten gaan
worden.

Al met al stel ik vast dat uw voorbereiding voor beantwoording van mijn
verzoek nog bij lange na niet zover gevorderd is als het bestuursrecht
van u verlangt. Daarenboven stel ik vast dat u een aantal centrale zaken
nog niet lijkt te weten, dat u met derden in gesprek bent zonder
duidelijke tijdsplanning en bovenal dat u mijn vraag negeert of ik
beantwoording voor 24 juli tegemoet kan zien. Desondanks handhaaf ik
mijn de-facto aanbod voor een uitstel tot deze datum. Geen beslissing op
die datum zal ik opvatten als een fictieve weigering. Dit geldt ook voor
eventuele deelbeslissingen die het gevolg zijn van eventuele
doorgeleidingen die u nu nog aan het overwegen bent, en die al lang
geëffectueerd hadden moeten zijn. Als ik op 24 juli nog geen beslissing
of beslissingen op mijn verzoek heb ontvangen zal dit leiden tot bezwaar
en zal ik overwegen verdere rechtsmiddelen in te zetten, waaronder de
aanvraag voor een voorlopige voorziening.


Met vriendelijke groet,


Rop Gonggrijp
Wij